Wat doet VLAM ?
Horizontaal programma
Links vindt u per sector het jaarprogramma 2010. Naast een sectorenwerking heeft VLAM ook een horizontaal programma. Hieronder vallen de algemene diensten (persdienst, marketingcel, voedingsinformatiecel) en de sectoroverkoepelende initiatieven.
Marktonderzoek
Het onderzoek naar het aankoopgedrag dat reeds sinds 1996 wordt opgevolgd via het GfK-consumentenpanel, werd eind 2006 aanbesteed voor onbepaalde duur, maar werd opnieuw onderhandeld met als resultaat voor de volgende drie jaar een jaarlijkse besparing van 30.500 euro.
Het GfK-panel is een representatieve steekproef van Belgische gezinnen. Het omvat 4.000 gezinnen waarvan de aankopen van voor VLAM-sectoren relevante producten, bestemd voor thuisverbruik, worden gemeten en onderzocht. De informatie uit marktonderzoek is cruciaal voor een goed onderbouwde promotionele werking op de binnenlandse markt.
Het onderzoek naar het voedingsconsumptiegedrag in België wordt om de twee jaar uitgevoerd met telkens een spreiding van de kosten over twee jaar. In 2010 wordt er een provisie (voor 50 % van de kostprijs) aangelegd voor de uitvoering van het onderzoek in 2011. Via dit onderzoek wordt o.m. ook de buitenshuisconsumptie in beeld gebracht.
De exportwerking van VLAM zal in de komende jaren verder uitgebouwd worden met vooral aandacht voor het actief prospecteren van nieuwe markten. De eerste stap werd reeds in het najaar van 2009 gezet met de aanwerving van een exportadviseur en het opzetten van een marktinformatiesysteem voor de export. VLAM wil zich naar de land- en tuinbouwsectoren profileren als een kenniscentrum inzake exportmarkten voor de agrarische sectoren. De bedoeling is om de marktinformatie te verzamelen, te analyseren en onder bruikbare vorm aan te bieden aan het bedrijfsleven. Aansluitend op de betere marktkennis zal er ook meer actief en vooral meer systematisch aan marktprospectie gedaan worden. In de loop van 2010 zal er een prospectiecoördinator aangesteld worden, met de bedoeling om via prospectie ter plaatse het marktpotentieel in te schatten. Bij een positieve inschatting zal er in samenwerking met de betrokken sectoren een volgende stap gezet worden met de bedoeling de marktkansen ook effectief te benutten.
Uiteraard zal er op het vlak van prospectie ook zeer nauw samengewerkt worden met bestaande diensten en instanties die reeds actief zijn op het vlak van exportbevordering en die meestal ook beschikken over permanente vertegenwoordigers in het buitenland. Vooral Flanders Investment and Trade (FIT) wordt hierin een belangrijke partner. Via het samenwerkingsprotocol FIT-VLAM wordt er reeds intensief samengewerkt op de meer nabije markten, vanaf 2010 zal ook de samenwerking op het vlak van marktprospectie sterk uitgebreid en gesystematiseerd worden.
Pers en pr
De persdienst van VLAM informeert zowel de vakpers als de algemene pers over de VLAM-campagnes en over de producten die VLAM promoot, en genereert zodoende heel wat free publicity.
De jongste jaren wordt er ook werk gemaakt van een samenwerking met de distributievakpers. Deze samenwerking zal ook in 2010 voortgezet worden.
In functie van de promotie van onze producten in het buitenland worden ook de contacten met de buitenlandse pers onderhouden en stelselmatig verder uitgebouwd.
Verder besteedt VLAM blijvend aandacht aan achterbancommunicatie. De bedoeling is om de achterban (de bijdragebetalende bedrijven) meer systematisch en vooral grondiger te informeren over de VLAM-werking en de marketingondersteuning van hun producten. Dit gebeurt via direct mailing en/of in samenwerking met landbouwbladen en andere vakbladen. Ook het digitale e-zine (www.e-zine.vlam.be) bericht maandelijks over de VLAM-activiteiten en richt zich specifiek naar de achterban.
De budgetpost ‘corporate image’ heeft te maken met het naar buiten treden van VLAM als organisatie en omvat onder meer de realisatie van VLAM-drukwerk, het beheer van de VLAM- portaalsite en bedrijfslidmaatschappen. Zo is VLAM o.m. lid van het Comité de Liaison, een informeel overlegorgaan van de voedingspromotieorganisaties uit 15 EU-landen.
Voedingsinformatie
NICE, de voedingsinformatiecel van VLAM, werkt al ruim 17 jaar aan de verspreiding van objectieve en correcte informatie over voeding en gezondheid naar diverse doelgroepen en aansluitend bij de algemene voedingsaanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad en het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ). NICE brengt in het bijzonder de voedings- en gezondheidsaspecten van de producten van land- en tuinbouw en visserij onder de aandacht. De publicaties en acties die de voedingsinformatiecel onder het logo van NICE realiseert, richten zich in hoofdzaak tot de voedingsvoorlichters zoals de artsen, diëtisten, andere gezondheidswerkers, docenten voeding, socioculturele organisaties en de pers. Voor de realisatie van deze publicaties en acties wordt nauw samengewerkt met de wetenschappelijke adviesraad van NICE, die borg staat voor het objectieve en wetenschappelijke karakter ervan. Daarnaast kunnen de verschillende sectoren beroep doen op de expertise van de voedingsinformatiecel voor het toeleveren van basisinformatie en het toekijken op de correctheid van de verspreide informatie, bv. in het kader van een promotiecampagne.
De belangrijkste NICE-informatiekanalen zijn het driemaandelijkse tijdschrift Nutrinews en de website www.nice-info.be. Voor scholen heeft NICE enkele educatieve projecten over gezonde voeding uitgewerkt. NICE biedt leerkrachten van de basisschool concreet lesmateriaal voor alle leerjaren aan op de website www.calcimus.be. NICE coördineert daarnaast ook een netwerk van professionele voordrachtgevers. De voedingsinformatiecel voorziet de voordrachtgevers van het nodige didactische materiaal en kan zo diverse verenigingen over heel Vlaanderen onderhoudende en informatieve voordrachten aanbieden. Elke voordracht wordt op maat van het doelpubliek uitgewerkt, gebruikmakend van de meest geschikte methodiek. De voordrachtgevers worden voor elke voordracht door NICE grondig geïnstrueerd zowel inzake inhoud als te gebruiken methodiek. In het kader van het project ‘Fitte School’ heeft NICE de interactieve voordracht ‘Gezond eten en voldoende bewegen doe je niet alleen. Ouders en school samen op weg.’ uitgewerkt. De commissie Gezondheidsbevordering van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) wil ouderverenigingen aanmoedigen om vorming over gezondheidsthema's te organiseren en nam daarom deze voordracht op in hun gratis aanbod voor het schooljaar 2009-2010.
Lekker van bij ons
Enkele jaren geleden is VLAM gestart met het opzetten van een sectoroverkoepelende communicatie rond het ‘Lekker van bij ons’-concept. VLAM wil ‘Lekker van bij ons’ bij de consument bekend maken als koepelconcept voor de promotie van al onze producten. Het ‘Lekker van bij ons’-concept werd geconcipieerd omwille van de bezwaren van de Europese Commissie tegen een meer directe oorsprongsvermelding.
Belangrijkste communicatiemiddel voor de bekendmaking van ‘Lekker van bij ons’ was het in het najaar van 2008 opgestarte VLAM-magazine, dat op ruime schaal verspreid werd bij Libelle. Na drie edities werd beslist te stoppen met het uitgeven van dit magazine, om budgettaire redenen.
Het interactieve kookplatform www.lekkervanbijons.be wordt bijgevolg de trekker van de ‘Lekker van bij ons’-communicatie en zal verder uitgebouwd en meer interactief gemaakt worden, o.a. via gebruik van sociale media als Facebook, Twitter ... www.lekkervanbijons.be moet dé referentiesite worden voor ‘kokend’ Vlaanderen.
Tot slot worden de mogelijkheden bekeken om ook via een kookprogramma op tv het ‘Lekker van bij ons’-gegeven verder te promoten.
Andere
VLAM wil ook de samenwerking met de distributiesector verder uitbouwen in het verlengde van het samenwerkingsakkoord dat in het najaar 2008 tussen de distributiesector en de landbouworganisaties werd afgesloten. De ‘producten van bij ons’ moeten meer zichtbaarheid krijgen zowel in het winkelpunt als in de publiciteit van de distributeurs.
Voor wat binnenlandse beurzen betreft neemt VLAM enkel nog deel aan Agriflanders, de Vlaamse landbouwbeurs waarin VLAM ook partner is.
De volgende editie van Agriflanders gaat door in januari 2011 – op de begroting 2010 wordt een beperkt bedrag ingeschreven bij wijze van spreiding van de kosten.
VLAM ondersteunt ook de werking van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG). In 2010 zal CAG ondermeer werken rond het thema ‘125 jaar Ministerie van Landbouw’.
In 2005 werd door de voogdijminister bepaald dat een gedeelte van de subsidie, 150.000 euro, voorbehouden dient te worden aan de sectoren bio-, hoeve- en streekproducten. Deze sectoren, met beperkte mogelijkheden om in de eigen financiering te voorzien, bieden interessante mogelijkheden voor specifieke promotie van kleinere deelsegmenten en nicheproducten van de landbouw.


